Stamppot radijs

Soms heb je wel erg veel radijs geoogst. In dit recept gebruik je de knolletjes, maar ook de blaadjes!

Nodig:

 

Keukenspullen:

 

radijs (een bosje voor twee personen)
aardappelen (twee of drie per persoon)
zout (twee theelepels)
boter
 

scheutje melk
kleine blokjes kaas
(of uitgebakken spekjes)

snijplank
mesje
grote pan
koekenpan
aardappelstamper

 

Bereiding (30 minuten)
De radijzen (met de blaadjes eraan!) goed wassen.
Haal de blaadjes van de radijzen af en snijd de blaadjes in kleine stukjes.
Van de radijzen zelf het worteltje eraf halen en ze in dunne plakjes snijden
(eerst doormidden snijden, dan liggen ze lekker stevig om verder te snijden).
De aardappelen wassen, schillen en in grote stukken snijden.
Doe de aardappels in een grote pan met een laagje water en het zout, en kook ze gaar in ongeveer 20 minuten.
Bak terwijl de aardappels koken de plakjes radijs in een koekenpan met een beetje boter totdat ze na een paar minuten “glazig” worden (dat betekent een beetje doorzichtig).
Als de aardappels gaar zijn, maak je er puree van door er een flinke eetlepel boter in te doen en een scheutje melk, en dan flink te prakken en of te stampen.
Door de puree meng je de rauwe blaadjes en de gebakken plakjes radijs.

Bij de supermarkt kun je gebakken spekjes kopen om er doorheen te
mengen, maar als geen varken wilt eten, doe je er kleine blokjes kaas door.