Sla

(Lactuca sativa, Composietenfamilie)

WIST JE DIT
Sla wordt tegenwoordig rauw gegeten. In de Romeinse tijd werd sla nog gekookt omdat hij niet mals genoeg was. Er zijn veel verschillende typen sla:
* botersla (normale kropsla)
De botersla verdwijnt tegenwoordig steeds meer uit de winkels. In plaats daarvan kopen we de ijsbergsla die veel beter houdbaar is (zowel in de winkel als in de koelkast).
* ijsbergsla (ijssla)
IJsbergsla is wat kool-achtiger dus steviger. De juiste naam is IJssla. De naam ijsbergsla is afgeleid van het Amerikaanse ras Iceberg en is dus eigenlijk een rasnaam en geen soortnaam. IJssla is speciaal gekweekt voor hamburger-restaurants omdat hij stevig blijft als hij warm wordt en gewone sla niet. Andere soorten zijn bindsla, pluksla, snijsla, stengelsla, eikenbladsla, veldsla, krulsla zoals lollo rossa en lollo bionda. Die laatste twee namen klinken duur en dat is ook de bedoeling van de winkelier. Als je het vertaalt staat er gewoon "rode sla" en "blonde sla" en dat klinkt veel goedkoper.

ZIEKTES
Bladluizen vinden het sap uit de slabladeren heel lekker. Daarom moet je sla goed wassen. Lieveheersbeestjes vinden bladluizen weer erg lekker.
Gifsla wordt speciaal gekweekt voor het witte sap dat in de stengels zit. Deze stof werkt kalmerend en slaapverwekkend. Dit melksap wordt tot poeder verwerkt en als natuurlijk medicijn verkocht. Bij het eten van sla in normale hoeveelheden krijg je van dit stofje niet genoeg binnen om er iets van te merken.

SUPERGEZOND
In sla zit veel vitamins: B1, B2, B3, C en E.

 

Ga naar boven